Kraamverblijf gewone dwergvleermuis: wat nu?

Een kraamverblijf vervangen vraagt om meer dan een nieuwe vleermuiskast. Succesvolle compensatie begint bij het behouden van de ecologische functie en het nabootsen van het oorspronkelijke netwerk.

Kraamverblijf gewone dwergvleermuis: wat nu?

Het kraamverblijf

Alles wat jij moeten weten over de compensatie van een kraamverblijf

Een kraamverblijf van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) is een kwetsbare schakel in het netwerk van verblijfplaatsen dat een kolonie gebruikt. Wanneer zo’n verblijf door renovatie of sloop verloren dreigt te gaan, ligt de nadruk vaak op ‘vervanging’ een nieuwe kast, een nieuwe gevel. Maar effectieve compensatie begint niet bij de kast zelf, maar bij het begrijpen van de bestaande kwaliteit.

In deze blog nemen we jou mee in hoe je de kwaliteit van een kraamverblijf behoudt bij compensatie.

Begrijp eerst wat er is

Een kraamverblijf compenseren valt en staat met het opstellen van een goed compensatieplan. Om tot een gedegen plan te komen is het allereerst nodig om inzicht te krijgen in de huidige situatie, zodat het een maatwerk oplossing kan vormen voor de kolonie. Zo moet in het onderzoek achterhaalt worden hoe het netwerk van de kolonie eruit ziet. Van welke plekken maken ze gebruik? Wat zijn de vliegroutes? Hoeveel verblijfplaatsen zijn er? Allemaal noodzakelijke informatie die van belang is voor een goede compensatie.

Wanneer dit in kaart is gebracht is het tijd voor stap 2, waar we het mitigatieplan gaan opstellen. Hoe gaan we om met tijdelijke oplossingen? Welke vorm krijgt de permanente compensatie? En hoe gaan we om met natuurvrij maken.

Door deze onderdelen in ogenschouw te nemen ontstaat een goed compensatieplan.

Nabootsen

Van beeldvorming naar ontwerp

Zodra duidelijk is hoe het oude kraamverblijf functioneerde, kun je dat vertalen naar de nieuwe situatie. Het handboek spreekt hier over ‘nabootsen van functionele variatie’: het herontwerpen van voorzieningen op basis van de microklimaten, structuren en materialen die vleermuizen eerder gebruikten.

Had het gebouw veel hoeken, voegen en temperatuurovergangen? Dan hoort de nieuwe voorziening dat óók te bieden. Lagen de oude kieren vooral onder de dakrand? Dan moet de nieuwe kast die warme, beschutte zone nabootsen.

Kraamverblijf gewone dwergvleermuis: wat nu?

Tijdelijke voorzieningen

Tijdelijke kasten: continuïteit tijdens werkzaamheden

Om werkzaamheden te overbruggen worden vaak tijdelijke kraamvoorzieningen geplaatst. Deze moeten minstens één kraamseizoen tegelijk aanwezig zijn met de bestaande verblijfplaats. Plaats bij voorkeur binnen 50 meter een vervangende kast. Lukt dat niet, hang er één direct naast zodat vleermuizen kunnen wennen. Tijdens de werkzaamheden kan de kast dan worden verplaatst.

Vinden de werkzaamheden in de winter plaats, dan kun je direct permanente voorzieningen aanbrengen. Het voordeel hiervan is, dat vleermuizen vergelijkbare kasten, die verder van de verblijfplaats geplaatst zijn, ook sneller zullen herkennen en ook sneller gebruiken voor kwetsbare functies als de kraamfunctie. Gebruik bij voorkeur ‘permanente’ externe voorzieningen, die lang meegaan. Zo raken vleermuizen alvast gewend aan hun nieuwe plek in het gebouw.

Geen mogelijkheid om gelijk permanente kasten toe te voegen? Dan biedt de VMT serie van Unitura een tijdelijke oplossing. De VMT3 en VMT3a bestaan uit drie lagen multiplex en gripmortel van 25 millimeter en zorgen voor een stabiel microklimaat. Door meerdere kasten te combineren, bijvoorbeeld twee op warme gevels en één als hoekkast, ontstaat variatie in temperatuur en ruimte, vergelijkbaar met het oorspronkelijke netwerk.

Van tijdelijk naar permanent

Tijdelijke voorzieningen zijn een noodzakelijke tussenstap, maar het doel ligt bij permanente integratie. Het Handboek Mitigatie beschrijft dit als de overgang van ‘noodopvang’ naar ‘structurele compensatie’. Bij Unitura hebben wij dit vertaalt in de VMWM-serie (Vleermuis Wandmodules): duurzame, modulaire kasten van XPS, hout, spuitkurk en gripmortel.
Deze modules zijn onderling uitwisselbaar en koppelbaar, zodat een variatie aan microklimaten ontstaat:

  • VMWM3: warmer, geschikt als kraamkast;
  • VMWM1: koeler, geschikt als rustkast.

Door de modules horizontaal of verticaal te combineren, ontstaat een natuurlijk temperatuurverloop, vergelijkbaar met de oude situatie.

Gewenningsperiode

Snelle gewenning: laat de kolonie leren

Vleermuizen zijn honkvast en met onze nieuwe vleermuiswandmodules kun je optimaal inspelen op het ‘ontdek gedrag’ van de gewone dwergvleermuis. Deze externe kasten zijn permanent en kunnen gemakkelijk verplaatst worden. Het laten ontdekken van een verblijfplaats gaat veel sneller als je de vervangende verblijfplaats tijdens de gewenningsperiode eerst direct naast de bestaande verblijfplaats aanbrengt. De vleermuizen leren zo de kast gebruiken. Met de renovatie kan de kast direct blijven hangen, of hij kan een stukje verplaatst worden. Om de voorziening een nog permanenter karakter te geven, kan de voorziening ook worden afgewerkt met een gevelbekleding naar keuze!

Spouwtoegang en gevelbetimmering: subtiele integratie

Niet elke voorziening hoeft zichtbaar te zijn.
Door spouwmuren toegankelijk te maken met entreestenen of spouwroosters kunnen vleermuizen profiteren van het beschutte klimaat tussen binnen- en buitenblad.
Gebruik altijd gripgaas om contact met isolatiemateriaal te voorkomen.

Meerdere openingen langs de dakrand vergroten de kans op bezetting, vooral bij kopgevels. Prefab gevelbetimmeringen vormen een goed alternatief bij gevelvernieuwing.
Ze bieden interne compartimenten met zowel horizontale als verticale wegkruipmogelijkheden en kunnen dienen als volwaardige kraamvoorziening voor soorten zoals de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger.

Succesfactoren voor effectieve compensatie

Een vleermuisvoorziening werkt pas goed als de volgende punten in balans zijn:

  1. Grootte – voldoende compartimenten voor functionele variatie.
  2. Structuur – verbinding tussen meerdere geveldelen en oriëntaties.
  3. Maatwerk – afgestemd op de oorspronkelijke situatie.
  4. Vindbaarheid – plaats binnen het zwermgebied (± 20 m) van de oude verblijfplaats.

Vleermuizen zijn honkvast en leren nieuwe verblijfplaatsen vooral kennen door herkenning. Plaats daarom de nieuwe kast minimaal één seizoen naast de bestaande verblijfplaats. Zo kunnen vrouwtjes de voorziening tijdens het kraamseizoen ontdekken. Na deze gewenningsfase kan de kast verplaatst worden, of permanent blijven hangen.

Maximaal combineren

Modulaire aanpak: flexibel en aanpasbaar

Het meest robuuste kraamverblijf ontstaat wanneer verschillende voorzieningen worden gecombineerd. Hoe groter de diversiteit aan microklimaten en wegkruipplekken, hoe groter de kans op bezetting. Zo geven we in ons nieuwe handboek verschillende voorbeelden hoe er met prefab voorzieningen een maatwerk oplossing kan worden gemaakt. En ook concrete voorbeelden welke kasten goed aan elkaar gekoppeld kunnen worden.

Jarnick

Wil je sparren over kraamverblijfcompensatie?

Wij helpen u graag verder met uw vraagstuk