Wij helpen je graag verder met vraagstukken rondom natuurinclusiviteit
De VML3 is een nieuwe generatie dakrand en nokvoorziening, speciaal ontwikkeld voor de laatvlieger. Waar bestaande oplossingen vaak maar één microklimaat bieden of lastig aansluiten op dakplaten en nokdetails, vormt de VML3 één modulair systeem dat verbinding maakt met de ruimte tussen de dakplaat en de dakpannen. De voorziening bestaat standaard uit vier elementen, twee met invliegopening en twee geïsoleerde delen. Samen zorgen ze voor verschillende temperatuurzones en verticale vluchtmogelijkheden, waardoor een geschikt microklimaat ontstaat voor de laatvlieger.
VML3 is geschikt voor de Laatvlieger
De VML3 is specifiek ontwikkeld voor de Laatvlieger. Deze soort maakt in de zomer en winter gebruik van verschillende microklimaten en zoekt graag overgangszones tussen gevel, dak en nok. De combinatie van niet geïsoleerde elementen, geïsoleerde elementen en een koppeling met de ruimte onder het pannendak maakt de VML3 geschikt voor projecten waar een robuust verblijf voor laatvliegers gerealiseerd moet worden. Door de ruime opzet en de interne structuur kunnen ook gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen gebruikmaken van de voorziening, maar de VML3 is primair ontworpen voor de ecologische behoefte van de Laatvlieger.
Ontwerp van de nieuwe VML3
De VML3 bestaat standaard uit vier gekoppelde elementen: twee ongeïsoleerde met invliegopening en twee volledig geïsoleerde compartimenten. Deze combinatie biedt een breed palet aan microklimaten, variërend van warme compartimenten tot koelere zones, inclusief verticale vlucht- en klimmogelijkheden. De voorzieningen bevatten een loze ruimte om schuin koppelen bij verschillende dakhellingen mogelijk te maken. Aan de bovenzijde zijn smalle gleuven aangebracht die richting het dak lopen. In combinatie met gripgaas ontstaat hierdoor een veilige overgang voor vleermuizen richting de dakplaat. De VML3 is ontwikkeld in samenwerking met Kingspan Unidek, waardoor de voorziening perfect aansluit op gangbare dakplaten. Deze samenwerking zorgt eveneens voor duidelijke plaatsingsrichtlijnen, zodat de montage bouwkundig en ecologisch optimaal verloopt.
Toepassing in overstekken op kopgevels
De VML3 is bedoeld voor toepassing in overstekken op kopgevels. De VML3 is bij uitstek geschikt voor nieuwbouw en renovatieprojecten waarin het verblijfsnetwerk van Laatvliegers behouden, verbeterd of gecompenseerd moet worden. Het ontwerp maakt maatwerk mogelijk, waardoor de voorziening eenvoudig is te integreren in uiteenlopende dakdetails.
Vergelijking met de VML1 en VML2 modellen
In vergelijking met eerdere modellen vormt de VML3 een duidelijke doorontwikkeling. Waar de VML1 slechts één type microklimaat bood en lastig door te koppelen was bij nokdetails, combineert de VML3 verschillende temperatuurzones én de mogelijkheid om zowel horizontaal als verticaal te functioneren. De VML2 was een praktische zomerverblijfkast, maar kon niet worden gekoppeld aan dakplaten en bood geen winterfunctionaliteit. De VML3 gaat hierin een stap verder: de voorziening is volledig afgestemd op het jaarrond gedrag van de Laatvlieger, biedt vier compartimenten met uiteenlopende functies en is in samenwerking met Kingspan ontwikkeld voor optimale aansluiting op moderne dakconstructies.
Vleermuizen gebruiken een netwerk aan verblijfplaatsen op verschillende oriëntaties. Vleermuiskasten kunnen dan ook het beste worden verdeeld over zoveel mogelijk verschillende oriëntaties en locaties. Vleermuizen zoeken verblijfplaatsen langs hoeken en randen. Plaats vleermuiskasten op gebouwen zoveel mogelijk langs dakranden en richels. De basis stelregel is dat vleermuiskasten altijd zo hoog mogelijk geplaatst moeten worden, maar tenminste op 3m hoogte. Zorg dat er vrij ruimte is onder de kast. Zie voor een uitgebreidere toelichting het Handboek van Unitura .
De term grote vleermuiskasten komt voort uit het kennisdocument Gewone Dwergvleermuis van BIJ12. Met deze aanduiding worden vleermuiskasten bedoeld die geschikt zijn voor meer dan 10 vleermuizen. Voorbeelden van deze kasten zijn bijvoorbeeld de VMT2, de VMT2a en de VMPMG1.
Inbouwvleermuiskasten zijn van houtbeton gefabriceerde neststenen die opgenomen kunnen worden in het metselwerk. Voorbeelden van deze vleermuiskasten zijn onder meer de VMPM1 en de VMPM1e.
In mitigatietrajecten onder de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen permanente en tijdelijke vleermuiskasten. Doorgaans worden eerst tijdelijke vleermuiskasten aangeboden in de directe omgeving van een gebouw dat gesloopt of gerenoveerd wordt. Vleermuizen kunnen dan tijdelijk naar deze kasten uitwijken totdat de permanente vleermuiskasten in het nieuwe of gerenoveerde gebouw beschikbaar komen. Doorgaans kunnen vleermuiskasten pas als ‘permanent’ aangemerkt worden als ze zeer duurzaam zijn (de zelfde levensduur hebben als een gebouw) en als ze onderdeel zijn van de architectuur van het gebouw (de kasten mogen niet makkelijk verwijderd kunnen worden).
Platte vleermuiskasten is een aanduiding van alle vleermuiskasten die speciaal zijn ontworpen voor spleetbewonende vleermuizen. Onder meer gewone dwergvleermuizen, ruige dwergvleermuizen en laatvliegers zijn typische vleermuissoorten die graag verblijven in heel nauwe ruimtes. Platte vleermuiskasten bieden deze heel nauwe ruimte in de vorm van spleten van tussen de 15 en 35mm.
Schaalkasten zijn vleermuiskasten die ontworpen zijn voor montage op gebouwen. Het is een verzamelnaam voor alle vleermuiskasten zonder achterkant of aanvliegplank. De kasten hebben een U-vormige profiel met daarop alleen een voorplaat. Vleermuizen kruipen als het ware tussen de muur en de kast.
Wij helpen je graag verder met vraagstukken rondom natuurinclusiviteit