Wij helpen je graag verder met vraagstukken rondom natuurinclusiviteit
De tweelaagse vleermuismodule van Unitura is speciaal ontworpen als verblijfplaats voor de laatvlieger. De permanente opbouw module kan als losse vleermuiskast direct op de gevel worden gemonteerd, of gekoppeld worden tot zeer grote voorzieningen. De module kan eenvoudig opmaat worden gezaagd en worden afgewerkt met een gevelbekleding naar keuze. Dit maakt dat met de modules heel goed topgevelbetimmeringen te realiseren zijn. Om een goede laatvlieger voorziening te creëren wordt geadviseerd om ook een koppeling te maken met isolatiemodule VMWM1.
Geschikt voor de Laatvlieger
De VMWM2 is specifiek ontwikkeld als verblijfplaats voor de Laatvlieger. In de voorziening zijn twee ruime verblijfsruimtes van 35mm aanwezig. Recent onderzoek laat zien dat dit een ideale maatvoering is voor verblijven van de laatvlieger. De module is geschikt als opbouwvoorziening voor toepassingen in zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. Door het modulaire ontwerp kan de vleermuismodule worden uitgebreid en aangepast aan specifieke ruimtelijke behoeften.
Ontwerp
De VMWM2 is een schaalkast zonder achterwand en wordt direct op de buitenmuur geplaatst. Hierdoor kunnen vleermuizen via de ruwe buitenmuur in de kast klimmen. De module beschikt over een hoogwaardige afwerking, waardoor gevelbekleding niet nodig is, maar de modules zijn zo ontworpen dat er een gevelbekleding over kan worden geplaatst.
Dankzij de modulaire opzet kan de VMWM2 in alle richtingen worden gekoppeld, zowel aan andere VMWM2 modules als aan de VMWM1 en VMWM3. Dit biedt de mogelijkheid om verblijfplaatsen op maat te creëren, afgestemd op de behoeften van vleermuizen en de specifieke kenmerken van het bouwproject. Voor de laatvlieger is vooral een combinatie met de geïsoleerde VMWM1 modules interessant.
Vleermuizen gebruiken een netwerk aan verblijfplaatsen op verschillende oriëntaties. Vleermuiskasten kunnen dan ook het beste worden verdeeld over zoveel mogelijk verschillende oriëntaties en locaties. Vleermuizen zoeken verblijfplaatsen langs hoeken en randen. Plaats vleermuiskasten op gebouwen zoveel mogelijk langs dakranden en richels. De basis stelregel is dat vleermuiskasten altijd zo hoog mogelijk geplaatst moeten worden, maar tenminste op 3m hoogte. Zorg dat er vrij ruimte is onder de kast. Zie voor een uitgebreidere toelichting het Handboek van Unitura .
In mitigatietrajecten onder de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen permanente en tijdelijke vleermuiskasten. Doorgaans worden eerst tijdelijke vleermuiskasten aangeboden in de directe omgeving van een gebouw dat gesloopt of gerenoveerd wordt. Vleermuizen kunnen dan tijdelijk naar deze kasten uitwijken totdat de permanente vleermuiskasten in het nieuwe of gerenoveerde gebouw beschikbaar komen. Doorgaans kunnen vleermuiskasten pas als ‘permanent’ aangemerkt worden als ze zeer duurzaam zijn (de zelfde levensduur hebben als een gebouw) en als ze onderdeel zijn van de architectuur van het gebouw (de kasten mogen niet makkelijk verwijderd kunnen worden).
De term grote vleermuiskasten komt voort uit het kennisdocument Gewone Dwergvleermuis van BIJ12. Met deze aanduiding worden vleermuiskasten bedoeld die geschikt zijn voor meer dan 10 vleermuizen. Voorbeelden van deze kasten zijn bijvoorbeeld de VMT2, de VMT2a en de VMPMG1.
Schaalkasten zijn vleermuiskasten die ontworpen zijn voor montage op gebouwen. Het is een verzamelnaam voor alle vleermuiskasten zonder achterkant of aanvliegplank. De kasten hebben een U-vormige profiel met daarop alleen een voorplaat. Vleermuizen kruipen als het ware tussen de muur en de kast.
Wij helpen je graag verder met vraagstukken rondom natuurinclusiviteit