Wij helpen je graag verder met vraagstukken 
rondom natuurinclusiviteit
Deze vleermuiskast is speciaal ontworpen voor de mitigatie van kleine zomerverblijfplaatsen (<10 dieren) en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen.
Geschikt
Deze vleermuiskast is ontworpen voor gebouwbewonende vleermuissoorten. De kast is als zomerverblijfplaats en paarverblijfplaats specifiek geschikt voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis.
Ontwerp
De kast is vormgegeven in de vorm van een zogenaamde schaalkast. De vleermuiskast heeft geen achterkant; de kast wordt als een schaal op de buitenmuur geplaatst. Vleermuizen kunnen via de ruwe buitenmuur in de kast klimmen. De kast wordt geleverd met een speciale schuimband die rondom de achterzijde van de kast kan worden aangebracht om tot een optimale aansluiting met de buitenmuur te komen. Uit monitoringsresultaten blijkt dat in schaalkasten meer en sneller vleermuizen worden aangetroffen dan in kasten met achterkant. In sommige situaties is een achterkant echter noodzakelijk. Voor deze situaties heeft Unitura ook kasten met achterkant beschikbaar.
Positie
Plaats de kast op minimaal 3m hoogte, maar bij voorkeur zo hoog mogelijk aan een gebouw of kunstwerk. Plaats de kast niet nabij een raam of een lantarenpaal. Geef de kast bij voorkeur een zonnige positie. Vleermuiskasten worden doorgaans het snelste ontdekt als ze geplaatst worden nabij een bestaande vliegroute. Geschikte posities voor vleermuiskasten zijn posities net onder dakranden. Als u de kasten ophangt in het kader van compensatie of mitigatie, dan dient u als richtlijn aan te houden dat er voor elke verdwijnende verblijfplaats 4 vervangende verblijfplaatsen opgehangen dienen te worden.
Montage
De kasten zijn eenvoudig op te monteren, met behulp van de bijgeleverde schroeven en instructiekaart.
Vleermuizen gebruiken een netwerk aan verblijfplaatsen op verschillende oriëntaties. Vleermuiskasten kunnen dan ook het beste worden verdeeld over zoveel mogelijk verschillende oriëntaties en locaties. Vleermuizen zoeken verblijfplaatsen langs hoeken en randen. Plaats vleermuiskasten op gebouwen zoveel mogelijk langs dakranden en richels. De basis stelregel is dat vleermuiskasten altijd zo hoog mogelijk geplaatst moeten worden, maar tenminste op 3m hoogte. Zorg dat er vrij ruimte is onder de kast. Zie voor een uitgebreidere toelichting het Handboek van Unitura .
De term kleine vleermuiskasten komt voort uit het kennisdocument Gewone Dwergvleermuis van BIJ12. Met deze aanduiding worden vleermuiskasten bedoeld die geschikt zijn voor maximaal 10 vleermuizen. Voorbeelden van deze kasten zijn bijvoorbeeld de VMT1, de VMT1a, de VMTH1, de VMPM1 en de VMPM1e.
Schaalkasten zijn vleermuiskasten die ontworpen zijn voor montage op gebouwen. Het is een verzamelnaam voor alle vleermuiskasten zonder achterkant of aanvliegplank. De kasten hebben een U-vormige profiel met daarop alleen een voorplaat. Vleermuizen kruipen als het ware tussen de muur en de kast.
Vleermuiskasten zijn kunstmatige verblijfplaatsen, speciaal ontwikkeld om vleermuizen een verblijfplaats te bieden op plekken waar deze van nature niet voorkomen. Elke vleermuissoort stelt zijn eigen fysieke eisen aan een vleermuiskast. In de mitigatiecatalogus van Arcadis en in de kennisdocumenten van BIJ12 zijn deze fysieke eisen weergegeven.
Wij helpen je graag verder met vraagstukken 
rondom natuurinclusiviteit