Wij helpen je graag verder met vraagstukken 
rondom natuurinclusiviteit
Deze vleermuiskast is speciaal ontworpen voor de mitigatie van kraamkolonies van gebouwbewonende vleermuizen. In het vernieuwde ontwerp van de VMT3a kunnen de kasten eenvoudig aan elkaar worden gekoppeld, zowel op een rechte muur als om een hoek.
Koppelstuk om de voorzieningen op een rechte muur aan elkaar te koppelen
Koppelstuk om de voorzieningen aan elkaar te koppelen om de hoek van een gebouw
Geschikt
Deze vleermuiskast is ontworpen voor gebouwbewonende vleermuissoorten. De kast is als kraamverblijfplaats specifiek geschikt voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis.
Ontwerp
De vleermuiskast is voorzien van een achterplaat waardoor de vleermuiskast ook op gladde wanden en op bomen kan worden gemonteerd. Vleermuizen kunnen via de ruwe structuur op de achterplaat in de kast klimmen. Doordat de achterplaat enkele centimeters onder de kast uitsteekt hebben vleermuizen genoeg gelegenheid om onder de kast te landen en om vervolgens in de kast te klimmen. In de binnenzijde van de kast zitten drie compartimenten. De binnenste compartimenten kunnen bereikt worden via een schuine entreeplank binnenin de kast.
Positie
Plaats de kast op minimaal 3m hoogte, maar bij voorkeur zo hoog mogelijk aan een gebouw of kunstwerk. Plaats de kast niet nabij een raam of een lantarenpaal. Geef de kast bij voorkeur een zonnige positie. Vleermuiskasten worden doorgaans het snelste ontdekt als ze geplaatst worden nabij een bestaande vliegroute. Geschikte posities voor vleermuiskasten zijn posities net onder dakranden. Als u de kasten ophangt in het kader van compensatie of mitigatie, dan dient u als richtlijn aan te houden dat er voor elke verdwijnende verblijfplaats 4 vervangende verblijfplaatsen opgehangen dienen te worden.
Montage
De kasten zijn eenvoudig op te monteren, met behulp van de bijgeleverde schroeven en instructiekaart.
Vleermuizen gebruiken een netwerk aan verblijfplaatsen op verschillende oriëntaties. Vleermuiskasten kunnen dan ook het beste worden verdeeld over zoveel mogelijk verschillende oriëntaties en locaties. Vleermuizen zoeken verblijfplaatsen langs hoeken en randen. Plaats vleermuiskasten op gebouwen zoveel mogelijk langs dakranden en richels. De basis stelregel is dat vleermuiskasten altijd zo hoog mogelijk geplaatst moeten worden, maar tenminste op 3m hoogte. Zorg dat er vrij ruimte is onder de kast. Zie voor een uitgebreidere toelichting het Handboek van Unitura .
Vleermuiskasten zijn kunstmatige verblijfplaatsen, speciaal ontwikkeld om vleermuizen een verblijfplaats te bieden op plekken waar deze van nature niet voorkomen. Elke vleermuissoort stelt zijn eigen fysieke eisen aan een vleermuiskast. In de mitigatiecatalogus van Arcadis en in de kennisdocumenten van BIJ12 zijn deze fysieke eisen weergegeven.
Kraamkasten zijn bedoeld om kraamkolonies van vleermuizen een plaatst te geven. In de zomer verblijven grote groepen vrouwelijke vleermuizen in kolonievorm om als groep de jongen groot te brengen. Om voldoende plek te geven aan de kolonie zijn grote, meerlaagse vleermuiskasten nodig. Kraamkasten kunnen het beste een zonnige positie krijgen. Voorbeelden van kraamkasten zijn onder meer de VMT3, de VMT3a en de VMPMK1.
In de zomer verblijven grote groepen vrouwelijke vleermuizen in kolonievorm om als groep de jongen groot te brengen. Vleermuizen stellen hoge eisen aan deze kraamverblijfplaatsen. De verblijfplaatsen moeten stabiele hoge temperaturen hebben, omdat de jonge vleermuizen nog niet goed instaat zijn om zichzelf warm te houden. Om voldoende plek te geven aan de kolonie zijn grote, meerlaagse vleermuiskasten nodig. Voorbeelden van kraamkasten zijn onder meer de VMT3, de VMT3a en de VMPMK1.
Wij helpen je graag verder met vraagstukken 
rondom natuurinclusiviteit