Wij helpen je graag verder met vraagstukken rondom natuurinclusiviteit
Vleermuizen maken in Nederland veelvuldig gebruik van het pannendak als zomerverblijf, paarverblijf of, in combinatie met voldoende isolerende massa, als kraamverblijf. Vooral bij woningen uit de jaren ’50 en ’60 is de open dakrand historisch geschikt gebleken voor soorten als de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en laatvlieger (Eptesicus serotinus).
Bij dakrenovaties verandert deze situatie echter vaak drastisch. Overstekken worden dichtgezet, kieren worden afgewerkt en dakranden worden voorzien van gladde plaatmaterialen. Hierdoor ontstaat een ecologisch knelpunt: de aanvlieg- en gripmogelijkheden voor vleermuizen verdwijnen. De VMP5 is ontworpen om in deze situaties extra grip te bieden langs de dakrand, zodat vleermuizen en vogels toch de ruimte onder de dakpannen kunnen binnengaan.
Geschikt voor
De VMP5 entreesteen is geschikt voor dakconstructies waar vleermuizen gebruikmaken van het dakvlak als verblijfplaats. Met name bij dakrenovaties, waar overstekken en dakranden vaak worden afgewerkt met gladde plaatmaterialen, is de VMP5 een effectieve oplossing. In deze situaties vormt de gladde gevelbekleding een beperking van de toegankelijkheid van het dak voor vleermuizen. Met de VMP5 kun je in de gladde gevelbekleding gripvlakken maken waardoor de toegankelijkheid van het dak veel beter wordt. De entreesteen is in het bijzonder geschikt voor renovaties van woningen uit de jaren ’50 en ’60, maar kan worden toegepast bij elke dakconstructie die vleermuisgeschikter moet worden gemaakt.
Ontwerp
De VMP5 is een gripplaat (entreesteen) die wordt geplaatst in een sparing van de gevelbekleding. Het ontwerp is gericht op het verbeteren van de aanloop en grip voor vleermuizen bij de dakrand. De entreesteen wordt altijd gecombineerd met gripgaas op het dakvlak. Hiervoor adviseren wij ons GG3 gripgaas, speciaal ontwikkeld en aangepast voor toepassing op daken. De VMP5 is daarnaast goed te combineren met onze laatvliegervoorzieningen VML3, waarmee een compleet en functioneel systeem ontstaat.
Positie
De VMP5 wordt geplaatst ter hoogte van de dakrand, in de gevelbekleding, direct aansluitend op het dakvlak. In combinatie met het gripgaas ontstaat zo een logische verblijfplaats voor vleermuizen in het pannendak. Hierdoor blijft het dakvlak ook na renovatie functioneel toegankelijk voor gebouwbewonende vleermuizen.
Wanneer kies je voor de VMP5?
Je kiest voor de VMP5 wanneer:
Vleermuizen gebruiken een netwerk aan verblijfplaatsen op verschillende oriëntaties. Vleermuiskasten kunnen dan ook het beste worden verdeeld over zoveel mogelijk verschillende oriëntaties en locaties. Vleermuizen zoeken verblijfplaatsen langs hoeken en randen. Plaats vleermuiskasten op gebouwen zoveel mogelijk langs dakranden en richels. De basis stelregel is dat vleermuiskasten altijd zo hoog mogelijk geplaatst moeten worden, maar tenminste op 3m hoogte. Zorg dat er vrij ruimte is onder de kast. Zie voor een uitgebreidere toelichting het Handboek van Unitura .
De term zomerverblijfplaats is een verzamelnaam van alle vleermuisverblijfplaatsen die niet aangeduid kunnen worden als paarverblijfplaats, kraamverblijfplaats of (massa) winterverblijfplaats. Als vervangende verblijfplaats voor dit type verblijfplaats kunnen kleine of grote vleermuiskasten worden gebruikt. Onder meer VMT1 en VMPM1 zijn geschikt.
In de nazomer en de herfst bezetten mannelijke vleermuizen zogenaamde paarverblijfplaatsen. Manlijke vleermuizen lokken met speciale baltsroepen vrouwelijke vleermuizen naar binnen om te paren. Bij de meeste vleermuissoorten zijn de mannelijke vleermuizen in deze periode territoriaal. Als vervangende verblijfplaats voor dit type verblijfplaats kunnen kleine of grote vleermuiskasten worden gebruikt. Onder meer VMT1 en VMPM1 zijn geschikt.
Wij helpen je graag verder met vraagstukken rondom natuurinclusiviteit