Wij helpen je graag verder met vraagstukken 
rondom natuurinclusiviteit
Entreestenen kunnen worden ingezet als zelfstandige voorziening. Entreestenen zijn bij uitstek geschikt als spouwtoegang.
Geschikt
Entreestenen zijn speciaal ontworpen om gebouwbewonende vleermuissoorten toegang te geven tot de spouwruimte. Afhankelijk van de achterliggende spouwruimte, kunnen entreestenen worden toegepast voor zomer-, paar-, kraam- en winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen, ruige dwergvleermuizen, laatvliegers, gewone grootoorvleermuizen en meervleermuizen.
Plaatsing
De entreesteen kan op twee manieren in het metselwerk geplaatst worden. Namelijk gelijk met het metselwerk, of iets terugliggend, afgewerkt met steenstrips. Als in de achterliggende spouwruimte isolatiemateriaal wordt toegepast, dan dient dit isolatiemateriaal afgedekt te worden met gripgaas GG2. Dit om te voorkomen dat vleermuizen het isolatiemateriaal beschadigen of in het isolatiemateriaal verstrikt raken.
Vleermuizen gebruiken een netwerk aan verblijfplaatsen op verschillende oriëntaties. Vleermuiskasten kunnen dan ook het beste worden verdeeld over zoveel mogelijk verschillende oriëntaties en locaties. Vleermuizen zoeken verblijfplaatsen langs hoeken en randen. Plaats vleermuiskasten op gebouwen zoveel mogelijk langs dakranden en richels. De basis stelregel is dat vleermuiskasten altijd zo hoog mogelijk geplaatst moeten worden, maar tenminste op 3m hoogte. Zorg dat er vrij ruimte is onder de kast. Zie voor een uitgebreidere toelichting het Handboek van Unitura .
Inbouwvleermuiskasten zijn van houtbeton gefabriceerde neststenen die opgenomen kunnen worden in het metselwerk. Voorbeelden van deze vleermuiskasten zijn onder meer de VMPM1 en de VMPM1e.
De term grote vleermuiskasten komt voort uit het kennisdocument Gewone Dwergvleermuis van BIJ12. Met deze aanduiding worden vleermuiskasten bedoeld die geschikt zijn voor meer dan 10 vleermuizen. Voorbeelden van deze kasten zijn bijvoorbeeld de VMT2, de VMT2a en de VMPMG1.
In mitigatietrajecten onder de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen permanente en tijdelijke vleermuiskasten. Doorgaans worden eerst tijdelijke vleermuiskasten aangeboden in de directe omgeving van een gebouw dat gesloopt of gerenoveerd wordt. Vleermuizen kunnen dan tijdelijk naar deze kasten uitwijken totdat de permanente vleermuiskasten in het nieuwe of gerenoveerde gebouw beschikbaar komen. Doorgaans kunnen vleermuiskasten pas als ‘permanent’ aangemerkt worden als ze zeer duurzaam zijn (de zelfde levensduur hebben als een gebouw) en als ze onderdeel zijn van de architectuur van het gebouw (de kasten mogen niet makkelijk verwijderd kunnen worden).
Wij helpen je graag verder met vraagstukken 
rondom natuurinclusiviteit